Slider

Waarom een dure lens je foto niet interessanter maakt

maandag 6 juli 2026

 

Hond gefotografeerd met natuurlijk licht tussen boshyacinten in het bos bij Apeldoorn.
De locatie stelde eigenlijk niets voor. Het verschil zat ergens anders. Daar gaat dit verhaal over.


Kijk eens rustig naar deze foto.
Misschien valt je oog als eerste op Bobby. Of op de paarse boshyacinten. Misschien zie je juist dat mooie warme avondlicht? En als ik je nu zou vragen waardoor deze foto is geworden zoals hij is, dan is de kans groot dat je als eerste aan mijn camera of aan mijn lens denkt.

Dat hoor ik namelijk best vaak.

“Ja, met zo'n lens en camera kan ik het ook."

En eerlijk gezegd snap ik dat wel. We worden er voortdurend mee geconfronteerd dat er weer een nieuwe camera is of een lens die nóg scherper is, nóg sneller scherp stelt of een nóg mooiere onscherpte geeft. Voor je het weet ga je geloven dat betere apparatuur ook automatisch betere foto's oplevert.

En dat dacht ik vroeger ook hoor. Ik keek naar reviews, vergeleek foto's en dacht dat het verschil misschien toch in een andere lens zat. Kapitalen heb ik aan lenzen uitgegeven die uiteindelijk stonden te verstoffen in mijn kast. 

Inmiddels weet ik dat de foto's waar ik het meest blij van word, eigenlijk nooit beginnen bij mijn camera. Tegen de tijd dat ik mijn camera pak, is de foto in mijn hoofd allang gemaakt.

Een camera legt uiteindelijk alleen maar vast wat jij al hebt gezien.

Begrijp me niet verkeerd. Ik werk graag met goede apparatuur. Dat maakt fotograferen een stuk prettiger, net zoals een nieuwe auto comfortabeler rijdt dan een oude. In een moderne auto heb je ingebouwde navigatie, betere schokbrekers en hoef je niet eerst tien minuten te wachten voordat de ramen eindelijk een beetje ontwasemen en als je mazzel hebt, stoelverwarming. Dat rijdt gewoon lekkerder als je een eind moet rijden.
Maar uiteindelijk je komt met allebei op dezelfde bestemming. Alleen de ervaring is net wat anders.

Met een camera en een lens is dat eigenlijk precies hetzelfde. Natuurlijk kan een mooie lens sneller scherpstellen of een achtergrond mooier onscherp maken. Dat is allemaal mooi. Maar hij vertelt je niet waar je moet gaan staan. Hij ziet niet dat het licht ineens precies goed is. En hij zegt ook niet dat je misschien eens door je knieën moet zakken.

Dat blijft het werk van jou, van de fotograaf.

Misschien is dat ook wel de reden waarom ik zo graag met natuurlijk licht werk. Veel mensen denken dat fotograferen met natuurlijk licht makkelijker is dan werken met flitsers. Eigenlijk denk ik precies het tegenovergestelde.

Een flitser zet je neer waar jij hem wilt hebben. Je bepaalt zelf hoe fel hij is, je zet er een diffuser voor of een kleurfilter en als het licht net niet goed valt, schuif je hem gewoon een stukje op.

Met de zon werkt dat toch net even anders.
Als het licht te hard is, kun je niet even een wolk ervoor schuiven. Je kunt de zon ook niet vragen om een meter naar links te gaan staan of iets zachter te schijnen omdat dat beter uitkomt voor je compositie.

Het is wat het is.
En juist dát vind ik zo mooi.

Ik probeer het licht niet te veranderen.
Ik verander mijn standpunt.

Soms loop ik een paar meter verder. Soms wacht ik even. Soms ga ik door mijn knieën. En soms maak ik helemaal geen foto, omdat het licht voor mijn gevoel nog niet klopt.

Maar ik zal je laten zien wat ik bedoel.

De foto bovenaan dit blog is gemaakt naast een parkeerplaats

before foto van een gewone locatie met natuurlijk licht

Geen indrukwekkend natuurgebied. Geen heideveld. Geen lavendel. Het is gewoon een klein stukje naast de parkeerplaats, vlak voordat ik de hondenuitlaatplek inloop. Als je goed kijkt, zie je mijn auto zelfs nog tussen de bomen staan.

Bobby en ik waren onderweg om lekker te wandelen toen mijn oog ineens op een klein strookje licht viel.

Eigenlijk was de zon al bijna weg. Op bijna de hele plek was het licht verdwenen, maar precies achter dat kleine groepje boshyacinten viel nog nét een beetje warm avondlicht tussen de bomen door. En dat zag je alleen als je precies goed stond.

Een stap naar links en het was weg.
Een stap naar rechts ook.

Als ik niet had opgelet, had ik het waarschijnlijk niet eens gezien.


Gelukkig lag mijn camera nog in de auto. Dus ik ben teruggelopen, heb mijn camera gepakt en ben weer naar dat ene plekje gegaan. Ik ging door mijn knieën, schoof een klein stukje op en ineens viel alles samen. Het licht, de bloemen, de donkere achtergrond en Bobby die precies op de goede plek zat.

Binnen vijf minuten had ik de foto's gemaakt omdat ik eigenlijk meteen wist wat ik wilde.


Daarna ging mijn camera weer terug in de auto. Want een wandeling is voor mij gewoon een wandeling. En trouwens, Bobby vindt daar ook wat van.

Pas thuis heb ik de foto's bekeken.

En toen ik deze foto op mijn scherm zag, werd ik nog blijer dan ik al was.

Niet omdat ik dacht: Joh, wat heb ik toch weer een mooie foto gemaakt.

Zeker niet! Het gevoel begint voor mij veel eerder.


De kick zit op het moment dat ik door mijn zoeker kijk en zie hoe het natuurlijke licht en de kleuren ineens met elkaar gaan samenwerken. Dat laatste beetje avondzon, de paarse boshyacinten, de achtergrond en mijn “grote” kleine vriendje op de voorgrond, waardoor alles precies op zijn plek lijkt te vallen.


Maar eerlijk gezegd begon het niet met Bobby.

Het begon met het licht. Dat zie ik altijd als eerste.

Misschien is dat ook wel de reden waarom ik als kind eindeloos met een caleidoscoop kon spelen. Ik bleef maar draaien omdat ik gefascineerd was door wat licht en kleur samen deden. Iedere kleine beweging veranderde het hele beeld. Als ik er nu op terugkijk, is daar eigenlijk niet zoveel in veranderd.


Ik reageer nog steeds als eerste op licht. Pas daarna zie ik de rest.


Maar goed, misschien denk je nu nog steeds dat zo'n foto alleen lukt met een dure lens. Dat is misschien wel het grappigste van dit hele verhaal.

De lens waarmee ik deze foto maakte gebruik ik al bijna twintig jaar. Vergeleken met de moderne objectieven van tegenwoordig is hij zo traag als een slak.


En toch maakte ik deze foto ermee. Omdat de belangrijkste keuzes al gemaakt waren voordat ik klikte.


Ik had het licht al gevonden. Ik wist al waar ik wilde staan. Ik wist al hoe de compositie moest worden. De lens en camera hoefde het alleen nog maar vast te leggen.


Misschien is dat ook de reden waarom ik achteraf zo weinig tijd kwijt ben aan nabewerking. Als het licht, de compositie en de kleuren al kloppen op het moment dat ik afdruk, hoef ik thuis niet meer te redden of toe te voegen wat buiten nooit is gebeurd. Of er in de eerste instantie ook nooit is geweest. 


Misschien is dat ook wel waarom ik na al die jaren nog steeds zo graag fotografeer. Niet omdat ik op zoek ben naar een nieuwe camera of een betere lens, maar omdat ik nog steeds blij word van dat ene moment waarop ik door mijn zoeker kijk en zie hoe het licht en de kleuren precies met elkaar gaan samenwerken. Dat moment duurt misschien maar een paar seconden, maar daar doe ik het voor. 


Een nieuwe lens gaat ooit vervangen worden.


Maar écht leren kijken naar natuurlijk licht, dat neem je de rest van je leven mee.


______________________________________________________


Meer lezen?

Welke lens geeft de meeste Bokéh?

Veel fotografen denken dat een wazige achtergrond vooral door een dure lens ontstaat. In dit blog leg ik uit waardoor bokeh écht wordt bepaald.


Verder lezen

Hoe voorkom je groene kleurzweem in je foto’s?

Licht gaat niet alleen over schaduw en sfeer. Ook kleuren reageren op licht. Daarom ontstaat bijvoorbeeld groene kleurzweem in het bos.


Nog meer lezen?

5 simpele tips die je foto's meteen dromeriger maken

Veel fotografen denken dat dromerige foto's vooral ontstaan door nabewerking of een dure lens. Natuurlijk kunnen die helpen, maar daar begint het niet. Het begint met kijken…"



fine art portret van een roodharige vrouw dansend in het gras in een roze trouwjurk tijdens zonsondergang door natuurlijk licht fotograaf Willie Kers uit Apeldoorn




5 simpele tips die je foto’s meteen dromeriger maken

maandag 24 november 2025

Apeldoorn, Nederland

Een lachende jonge vrouw tussen de bloesem met dromerige achtergrond met fotografietips van Willie Kers natuurlijk licht fotograaf uit Apeldoorn

Veel fotografen denken dat dromerige foto's vooral ontstaan door nabewerking. Of door een dure lens met een groot diafragma. Natuurlijk kunnen die helpen, maar daar begint het niet.

Het begint met kijken. Met zien hoe het licht valt, waar je gaat staan en wat je wel of juist niet in beeld meeneemt. Pas daarna komen je lens, instellingen en nabewerking.

Hieronder vind je 5 simpele tips die je meteen kunt toepassen en nog leuker, direct het verschil gaat zien in je foto's. Want daar gaat het uiteindelijk toch om? 


1. Ga net iets lager staan

Misschien sta je nu altijd gewoon rechtop als je fotografeert of op ooghoogte - maar vaak werkt het beter als je een stukje zakt. 
Een paar centimeter lager is al genoeg.

Wat je ermee wint:

  • je foto krijgt meer diepte

  • je achtergrond wordt rustiger

  • kinderen (en dieren) reageren veel natuurlijker

  • de hele sfeer wordt zachter

Probeer het eens bewust bij je volgende shoot. Je ziet echt direct verschil.


2. Zoek het zachte licht

Licht is voor mij belangrijker dan welke lens dan ook. Zelf fotografeer ik altijd met tegenlicht. Dat moment waarop het licht net door de blaadjes of de haren van je model valt… daar zit zóveel sfeer in. Je hoeft dan bijna niets meer te doen — het licht draagt- en maakt jouw foto. 

Zacht licht zorgt ervoor dat:

  • huidtinten mooier worden

  • kleuren beter met elkaar mengen

  • schaduwen zachter zijn

  • je foto vanzelf dromerig wordt

Hoe beter jij licht leert herkennen en te sturen, hoe meer je foto’s tot leven komen. Want alles draait altijd om het licht.


3. Doe eens één stap opzij

Het klinkt bijna te simpel, maar het werkt elke keer weer.
Soms klopt je foto nét niet: een tak in beeld, bomen uit het hoofd, een lichte vlek, een rommelige achtergrond…

Doe één stap opzij.
Echt maar een klein stukje.

En ineens:

  • is je achtergrond rustig

  • valt het licht mooier

  • verdwijnt het storende element

  • voelt de foto veel meer “in balans”

Dit is één van die dingen die je snel vergeet, maar die je foto’s ongelooflijk veel beter maken.


4. Kies kleuren die met elkaar meewerken

Kleur bepaalt meer sfeer dan je denkt.
Je hoeft echt geen perfecte setjes te regelen, maar kleuren die een beetje op elkaar aansluiten helpen enorm.

Let vooral op:

  • warme, natuurlijke tinten

  • zachte stoffen die mooi licht pakken

  • geen harde prints of felle neonkleuren en vermijd wit en zwart.

  • hoe de kleuren matchen met je locatie

Wanneer de kleuren kloppen, voelt je foto meteen rustiger en eleganter.


5. Laat ruimte voor wat vanzelf gebeurt

Dit is misschien wel het belangrijkste.
De mooiste foto’s ontstaan vaak niet uit wat je plant, maar uit wat er tussen de geplande momenten door gebeurt.

Een kind dat even stil wordt.
Een hond die nieuwsgierig komt kijken.
Een glimlach die spontaan ontstaat.
Haren die precies op het goede moment meebewegen in de wind.

Je hoeft niet alles strak aan te sturen. Juist die kleine, onverwachte momentjes maken een foto vaak mooier dan wat je van tevoren in je hoofd had.


herfstfoto van een peuter in het bos tussen de bladeren door kinderfotograaf Willie Kers uit Apeldoorn

Tot slot

Lenskeuze, diafragma, sluitertijd — natuurlijk speelt dat allemaal mee.
Maar zonder deze kleine, bijna vergeten keuzes blijft een foto vaak wat vlak.

Het zijn juist deze vijf simpele dingen die je foto's dromeriger en persoonlijker maken. En ik weet zeker dat als je ze bewust gaat toepassen, je heel snel verschil ziet.

Wil je deze stijl echt onder de knie krijgen — niet alleen perfect je camera bedienen, het licht kunnen lezen én sturen - maar ook leren hoe je in Lightroom en Photoshop mooie fine-art beelden maakt — dan is de online cursus Dromerige Fine Art Fotografie  misschien iets voor jou. ⤵


"DROMERIGE FINE ART PORTRETTEN"


De cursus bestaat uit 10 uitgebreide modules met duidelijke video’s en nieuw lesmateriaal wat je nergens anders vindt, voorbeelden, superveel Photoshop & Lightroomtutorials, Ebooks, Masterclasses en leuke opdrachten die je helemaal in je eigen tijd kunt volgen. En alles kun je onbeperkt terugkijken. 



Mijn hele aanbod vind je op www.williekers.com.

Ik help je graag verder om een stijl te ontwikkelen waar jij trots op bent.


foto van een zwarte Franse waterhond met tegenlicht tussen de paarse bloemen met veel achtergrondonscherpte door fotograaf Willie Kers uit Apeldoorn






Zwarte hond fotograferen? Zo doe je dat stap voor stap.

dinsdag 14 oktober 2025

Fine art hondenportret van een zwarte hond met een oranje pompoen in een herfstbos. Gefotografeerd met natuurlijk licht door fotograaf Willie Kers uit Apeldoorn. Herfstshoot met warme kleuren en vallende bladeren


Zwarte dieren hebben iets speciaals. Ze zijn stijlvol, krachtig, en vaak ontzettend aanhankelijk. Toch krijgen ze — jammer genoeg — niet altijd de aandacht die ze verdienen. Bij honden bestaat er zelfs een naam voor dit verschijnsel: Black Dog SyndromeHet is iets dat voor het eerst werd opgemerkt in de Verenigde Staten, zo eind jaren ’90. In asielen viel op dat zwarte honden minder snel werden geadopteerd dan honden met een lichtere of bont gekleurde vacht. Hoe dat kwam, en het helaas nog steeds zo is? Nou, daar zitten meerdere oorzaken achter. Zwarte dieren zijn vaak lastiger te fotograferen — zeker bij lastig licht. Hun ogen zijn vaak ook donker en i.c.m. een zwarte vacht valt “verdwijnt” hun prachtige expressie vaak snel naar de achtergrond, waardoor ze minder opvallen. Daarnaast spelen ideeën of beelden die mensen “gewend” zijn ook een rol: in sommige films, legendes en zelfs sprookjes worden zwarte honden soms neergezet als “mysterieus” of zelfs “eng”. En onbewust kijken mensen nu eenmaal sneller naar dieren met lichte of opvallende kleuren, omdat je emoties daar beter op afleest.

Helaas is het gevolg dat deze prachtige, vaak enorm lieve dieren soms simpelweg over het hoofd worden gezien. En dat raakt me, want elke hond is bijzonder, ongeacht de kleur. Zelf heb ik al meerdere donkere honden gehad. Mijn huidige hond Bobby is er eentje van — een prachtige zwarte Barbet. Ik zou me geen leven zonder hem kunnen voorstellen. Maar of je nu een zwarte hond, kip, kat of konijn hebt — deze uitdagingen zijn grotendeels hetzelfde. Zwarte vachten vragen om nét wat meer aandacht bij het fotograferen. Voor nu beperk ik me even tot honden, maar eigenlijk kun je de onderstaande tips toepassen op élk dier met een donkere vacht.


Bobby is mijn hardloopmaatje, vrolijke knuffelbeer, in opleiding tot "aaihond", soms fotomodel maar bovenal een trouwe vriend. Maar eerlijk is eerlijk: Toen ik net begon met fotografie was een zwarte hond goed vastleggen in het begin best een uitdaging. Op mijn scherm zag ik vaak een zwarte klodder zonder ogen of juist een grauwe hond zonder structuur omdat ik verkeerd had belicht.  Door de jaren heen heb ik geleerd hoe je écht met licht, achtergrond en belichting kunt werken om hun rijke, diepe vacht en karaktervolle blik goed vast te leggen. En geloof me: als je het eenmaal doorhebt, dan vallen zwarte honden juist enorm op — op de mooiste manier. 


In dit blog deel ik mijn favoriete, praktische tips met je. Niet ingewikkeld, maar wél effectief. Zodat jij zwarte honden (of zoals Bobby, zwart met een “wit overhemd”) ook kunt fotograferen zoals ze zijn: warm, bijzonder en vol karakter.

Fine art portret van een zwarte Barbet (Franse waterhond) met witte borst, zittend op het Kootwijkerzand. Gefotografeerd met natuurlijk licht door fotograaf Willie Kers uit Apeldoorn. Voorbeeld van het fotograferen van een zwarte hond met goede belichting en achtergrondcontrast.
Bobby op het Kootwijkerzand. Gefotografeerd met de 135mm f/1.8 — Mijn favoriete lens voor hondenfotografie vanwege het brandpuntafstand en het grote diafragma. Hierdoor wordt de achtergrond dromerig. Het zachte tegenlicht en de warme herfsttinten laten zijn krulletjes prachtig uitkomen. 


HOE GAAT HET WEL LUKKEN?


1. Meet het licht op het zwart

De grootste instinker die sommige fotografen (maar nog meer de camera’s op een automatische stand zoals, diafragma, sluitertijd of ISO) maken, is dat ze zwart “middengrijs” willen maken. Daardoor verlies je juist alle diepte en structuur. 

Zo doe je het goed:

  • Mocht je op een automatische stand fotograferen, haal dit er dan snel vanaf en zet je camera op de “M”. Met handmatig instellen houd jij de controle over je beeld en niet je camera. Want die camera kiest altijd overal het gemiddelde van, als je het de kans geeft. En gemiddelde foto’s maken, dat wil je toch niet? 
  • Gebruik spotmeting op de zwarte vacht van de hond. Hiermee bepaal jij waar het licht op gemeten moet worden en niet de camera. Onderbelicht lichtjes (ongeveer 1/3 tot 2/3 stop) om het zwart rijk en vol te houden.
  • Check je histogram: laat de zwarte tonen diep blijven, zonder ze volledig dicht te drukken.

Zo voorkom je een fletse, grijze hond en behoud je die mooie textuur en glans.


2. Kies zacht of warm licht

Licht is alles. Midden op de dag in felle zon en op een open vlakte verdwijnt elk detail in harde schaduwen.

Wat wél werkt:

  • Bewolkte dagen zacht, (goed gestuurd) licht zonder al te harde contrasten, Dus niet je hond op een open veld zetten. Dan krijg je vlak licht en fletse kleuren.
  • Golden hour warm strijklicht dat contouren laat gloeien.
  • Open schaduw bosranden of plekken met diffuus licht.

Tip: bij tegenlicht mag je iets compenseren zodat de hond geen silhouet wordt, maar meet nog steeds op het zwart.


3. Achtergrond

Zet je een zwarte hond tegen een donkere achtergrond en hij verdwijnt bijna letterlijk.

Beter:

  • Gebruik een iets lichtere of warme achtergrond, zoals herfstbladeren of zand. Geen volle zon of overbelichte plekken. Dan gaat de aandacht meer naar de achtergrond dan jouw mooie zwarte hond. Balans is het belangrijkste. 
  • Werk met een groot diafragma (f/1.8–f/2.8) zodat de achtergrond mooi romig en zacht wordt.
  • Warme tinten versterken donkere vachten supermooi.


Fine art portret van een zwarte Barbet (Franse waterhond) met witte borst, zittend in het herfstbos tussen vallende bladeren. Gefotografeerd met natuurlijk licht door fotograaf Willie Kers uit Apeldoorn
De warme tinten van de achtergrond zorgen voor een sterk contrast met zijn donkere vacht, waardoor Bobby mooi loskomt van de omgeving.


4. Ogen = emotie

De ogen brengen leven in je foto. Maar bij zwarte honden verdwijnen ze snel in de vacht (Zoals bij mijn hond Bobby letterlijk het geval is. Maar dat hoort bij een Barbet)

👉 Daarom:

  • Focus scherp op de ogen.
  • Zorg voor catchlights door de hond iets naar het licht te draaien.
  • Ga zelf op ooghoogte van de hond zitten, of nog liever plat op de grond liggen voor een krachtiger beeld.

Zodra je die twinkeling in de ogen vangt, verandert de hele foto.


5. Scherpstellen op het midden van de neus – niet op de ogen

Wanneer je van dichtbij fotografeert met een groot diafragma (bijv. f/1.8 of f/2.0), wordt de scherptediepte extreem klein. Vooral als je recht van voren fotografeert. Bij mensen werkt scherpstellen op de ogen prima, want wij hebben een relatief plat hoofd met een korte neus maar bij honden ligt dat anders.

De neus van een hond steekt over het algemeen namelijk een stuk verder uit dan bij mensen.
Als je op de ogen scherp stelt terwijl je heel dichtbij staat (of ligt), kan de neus daardoor onscherp worden — en dat valt extra op bij zwarte honden, waar vorm en structuur zo belangrijk zijn.

Zo pak je het aan:

  • Zet oogdetectie uit (die focust vaak alleen op de ogen en negeert de snuit).
  • Gebruik een enkel focuspunt en stel scherp op het midden van de neus of net ertussen.
  • Wil je meer speling? Draai het diafragma iets dicht (bijv. naar f/2.8) om zowel neus als ogen scherp te krijgen, zonder je mooie dromerige achtergrond kwijt te raken. Of ga zelf nog een stap naar achteren om het Focal plane te vergroten. 
  • Wil je meer weten over het vergroten van het Focal plane zonder aan je diafragma te draaien, lees dan ook even mijn andere blog. Want hoe dat werkt, dat leg ik hier uit: Groepsfoto's maken met een groot diafragma


6. Nabewerking: heel subtiel versterken

Zwarte vachten vragen finesse:

Zo pak ik het aan:

  • Schaduwen voorzichtig iets omhoog trekken.
  • Zwarte tinten zwart houden voor diepte.
  • Lokaal (rond) de ogen en snuit wat extra aandacht geven.
  • Subtiele dodge & burn voor vorm en structuur.
  • Niet overdrijven met clarity of texture — dat oogt snel onnatuurlijk.
  • Vooral niet toevoegen wat er niet zit! Alleen subtiel versterken als je het nodig vindt.


Samengevat:

  • Meet op het zwart en onderbelicht ongeveer 1-2/3e stop
  • Kies zacht en/of warm licht
  • Gebruik een iets lichtere achtergrond die in balans is
  • Focus op de kop en stel bij een groot diafragma scherp op het midden van de neus.
  • Bewerk subtiel voor structuur en diepte



Tot slot

Zwarte honden zijn niet “moeilijk” om te fotograferen — ze vragen gewoon een wat andere aanpak. Met de juiste lichtmeting, goed gekozen achtergronden en een beetje aandacht voor detail kun je hun unieke uitstraling prachtig vastleggen. Wil je hier meer over leren of weten? Dan geef ik hier hele leuke en interessante fotografieworkshops voor. Daarin ga je alles over het licht leren. Meer informatie hierover vind je op mijn website WillieKers.com


Maar terug naar het moraal van mijn hele verhaal: voor mij is elke dier geweldig en zijn zwarte honden allesbehalve saai. Ze zijn warm, trouw, grappig en vol karakter. En precies dát verdient het om gezien te worden. 


Fine art portret van een jonge Barbet (Franse waterhond) met zwarte krulvacht en witte borst, zittend in het herfstbos tussen rode bladeren. Gefotografeerd met natuurlijk licht door fotograaf Willie Kers uit Apeldoorn











Copyright © Willie Kers | Natuurlijk licht & Fotografie
Design by Fearne