natuurlijk licht

Dure lens, toch onscherpe foto's? Dit kan de reden zijn.

zondag 16 augustus 2026

Haarscherp portret van een meisje met sproeten en opvallende groene ogen in natuurlijk licht



"Gefeliciteerd met uw nieuwe lens. Zal ik er meteen een UV-filter bij doen om de lens te beschermen?"

De kans is groot dat je die vraag ook hebt gekregen toen je een nieuwe lens kocht. En waarschijnlijk heb je, net als zoveel andere fotografen, gedacht: Dat zal dan wel verstandig zijn.
Want ja... je wilt je dure lens natuurlijk beschermen.
Maar is zo'n filter echt noodzakelijk?
Of is het vooral iets waarvan we zijn gaan denken dat het erbij hoort?
Best bijzonder eigenlijk. Want als een fabrikant jarenlang bezig is geweest met het ontwerpen van een objectief van honderden of soms duizenden euro's... waarom zouden we daar dan meteen een extra stuk glas voor moeten zetten?

Een regenjas voor je cameralens?

Laat ik meteen duidelijk zijn: een UV-filter. of überhaupt wat voor een filter dan ook, heeft absoluut nut. Alleen niet voor iedere fotograaf en niet in iedere situatie.
Eigenlijk zie ik het een beetje als regenjas. Is het handig? Jazeker. Als je 10 kilometer moet fietsen door een fikse bui zeker. Maar voor een kleine bui is een paraplu ook prima. En zo zie ik de beschermingsfilters ook. Voor sommige fotografen is het een goede aanvulling, maar het is niet iets wat standaard op iedere lens hoeft te zitten.
Er zijn genoeg situaties waarin een filter juist wél verstandig is. Fotografeer je veel op het strand met stuivend zand? Motorraces waarbij steentjes alle kanten op vliegen? Of werk je onder omstandigheden waarbij er van alles tegen je lens kan komen? Dan kan een goed beschermfilter absoluut nuttig zijn.
Besluit je een filter te gebruiken? Koop dan wel een goede. Want een goedkoop filter voor een dure lens is een beetje alsof je Fiat Panda-banden onder een Tesla zet. Je komt er heus wel mee van A naar B, maar daar houdt de vergelijking ook wel op.

Een goed alternatief voor lensbescherming

Voor mijn stijl van fotograferen ligt dat anders.
Ik fotografeer vooral mensen en honden. En het liefste buiten. Dan gebruik ik veel liever een zonnekap. Die doet namelijk twee dingen tegelijk. Het voorkomt ongewenst invallend licht én beschermt mijn lens veel beter tegen een enthousiaste hondensnuit, een kleine kinderhandjes met gesmolten chocolade of een onhandige tik tegen een deurpost. Daar heb je in de praktijk vaak meer aan dan aan een filter. Ik in elk geval wel. 
Maar er is nog iets waar je minder vaak wat over hoort.
Een filter is óók glas. Je zet dus een extra glasplaat vóór een lens waar de fabrikant jarenlang over heeft nagedacht. Moderne objectieven zijn de afgelopen jaren enorm verbeterd. De coatings zijn veel beter geworden en verminderen reflecties en strooilicht veel effectiever dan vroeger. Ook camera's en sensoren gaan tegenwoordig beter om met invallend licht. Juist daardoor is een beschermfilter lang niet altijd meer zo vanzelfsprekend als vroeger. 

Wat doet dat extra glas met je beeldkwaliteit?

Dat is denk ik een belangrijkere vraag.
Ik fotografeer altijd met mijn diafragma helemaal open omdat ik dat mooi vindt. En dat betekent in mijn geval vaak F/1.2 of F/1.8, afhankelijk van welk lens ik gebruik. 
De scherptediepte is dan flinterdun. Zet ik daar nóg een stuk glas voor, dan kan dat nét wat scherpte kosten. Zeker bij close-ups waarbij ik haarscherpe ogen wil.
Misschien herken je dit wel. En heb je, ondanks dat je zeker weet dat alle instellingen goed staan, ook weleens last van. Dan hoeft dat niet altijd aan jou te liggen. Het kan namelijk ook dat extra glas voor je lens zijn. Uiteraard geldt dit niet ieder filter en met een goed filter zal het verschil vaak klein zijn, maar het is wel iets om rekening mee te houden.


Maar wat als je lens toch valt?

Veel mensen denken dat een filter de lens dan redt. Dat kan. Maar het is geen garantie.
Het glas van een filter is vaak veel dunner dan het glas van je lens. Het is dus logisch dat dit filterglas veel eerder breekt dan je lensglas zelf. Juist die scherpe, gebroken scherven kunnen vervolgens flinke krassen geven op de lens die je juist probeerde te beschermen.
Maar buiten dat: als een lens echt hard op de grond terechtkomt, zit de grootste schade vaak niet eens in het voorste glas, maar ergens ín de lens. Bijvoorbeeld de autofocusmotor of het  mechanisme binnenin. Persoonlijk vertrouw ik bij een val dan ook liever op een stevige zonnekap én een goede apparatuurverzekering.

Waarom adviseren camerawinkels dan toch zo vaak een filter?
Dat snap ik eigenlijk best. Voor sommige fotografen is het gewoon een verstandig advies. Bovendien horen accessoires nu eenmaal bij het assortiment van een camerawinkel. En laten we eerlijk zijn: dat is ook de plek waar voor hen de meeste winstmarge op zit. Daar is verder helemaal niets mis mee, want een fysieke winkel moet ook gewoon blijven bestaan.
Alleen... het is geen standaardantwoord voor iedere fotograaf die een lens koopt.
En begrijp me niet verkeerd. Gebruik jij graag een filter? Vooral blijven doen. Ik probeer je echt niet over te halen om hem nu direct van je lens af te draaien. Ik wil je alleen laten zien dat het niet zo vanzelfsprekend is dat iedere lens er standaard een nodig heeft.

Waar geef jij je geld aan uit?

Ik vind het zo zonde dat fotografen soms geld uitgeven aan spullen die ze eigenlijk niet echt nodig hebben. Want laten we wel wezen: je gaat echt geen betere foto's maken door nóg duurdere apparatuur of extra accessoires.
Natuurlijk, het kan best wat makkelijker zijn in het gebruik. Het is net zoals een BMW op de snelweg waarschijnlijk wat prettiger rijdt dan een Fiat 500. Maar uiteindelijk ben jíj degene die die auto bestuurt. En zo werkt het ook met je camera. Jij bepaalt de instellingen, jij kiest het standpunt en jij maakt de foto. Niet je camera en al helemaal niet dat extra filter.
In plaats van geld uitgeven aan spullen, kun je daarom soms veel beter investeren in jezelf. In een goede workshop of een fotografiecursus bijvoorbeeld. Of in een leuk bezoek aan een museum om nieuwe ideeën op te doen voor je volgende foto's.
En om even in fotografietermen te blijven: koop liever een extra geheugenkaart, een reserve-accu of gooi je tank vol met benzine om naar het strand te rijden voor een prachtige zonsondergang. Of ga er gewoon eens lekker van uit eten.
Dus de volgende keer dat iemand in de winkel vraagt: "Zal ik er meteen een UV-filter bij doen?", stel jezelf dan gewoon één vraag:
Waarom eigenlijk?
Niet alles wat vaak wordt geadviseerd, is automatisch de beste keuze voor jouw manier van fotograferen. Kijk daarom niet alleen naar wat 'hoort', maar vooral naar wat jij fotografeert.
Want uiteindelijk worden je foto's niet beter door wat je vóór je lens schroeft, maar door wat jij achter de camera ziet.

En wat doe je met je ongebruikte filters?
Heb je na het lezen van dit blog besloten om dat filter van je lens af te schroeven? Gooi het dan vooral niet weg. Je kunt hem natuurlijk gewoon op je bureau leggen als een exclusieve onderzetter voor je koffie, maar je kunt er ook creatief mee aan de slag.
Gebruik het oude filter bijvoorbeeld voor de 'vaseline-truc' door er een laagje vaseline op te smeren voor een dromerig vintage glow-effect. Zo verpest je tenminste niet de dure coating van je echte lens. 
Of maak er een creatief bokeh-filter van: plak een stukje zwart papier op het filter waar je precies in het midden één mooi vormpje -zoals een hartje of een ster- uit hebt geknipt. Maak de vorm bij een grote lens niet té klein, zodat je camera makkelijk kan blijven scherpstellen op je onderwerp. Als je vervolgens met een open diafragma fotografeert, verandert elk onscherp lichtpuntje op de achtergrond in die uitgeknipte vorm.


Wil jij ook anders leren kijken?

Vond je dit blog interessant? In mijn online cursussen, workshops en opleiding fotografie gaan we nog een stap verder. Niet alleen over instellingen maar vooral over leren kijken en Natuurlijk licht. Want als je anders leert kijken en het licht kunt sturen, ga je vanzelf ook anders fotograferen.



Scherp portret van een liggende Berner Sennen hond in een sfeervol bos met zacht zonlicht
Canon RF 135mm F/1.8




Wie heeft eigenlijk de regie tijdens jouw fotoshoot?

dinsdag 7 juli 2026

 

Fine art portret met natuurlijk licht op een eenvoudige locatie door fotograaf Willie Kers, voorbeeld van regie nemen tijdens een fotoshoot
Deze foto herinnert me eraan dat de mooiste verandering niet in mijn camera zit, maar in de keuze om weer zelf de regie te nemen.

Jaren geleden dacht ik dat ik degene was die een fotoshoot leidde. Ik had tenslotte de camera in mijn handen. Maar in werkelijkheid liet ik me veel te vaak leiden door de wensen van mijn klanten.

Het begon meestal met een onschuldige opmerking.

"We weten wel een mooi plekje..."

En voor ik het wist, stond ik midden op de dag op een neongroen grasveld. In de volle zon, iedereen een wit T-shirt aan en een blauwe spijkerbroek. Terwijl ik diep van binnen eigenlijk al wist dat dit niet de foto's zouden worden waar ik blij van zou zijn.

En toch zei ik geen nee. Terwijl ik dat diep van binnen wel wilde doen.

Ik vond het zo bijzonder dat mensen juist míj hadden gekozen voor hun fotoshoot. Ze betaalden ervoor, dus wie was ik om te zeggen dat we ergens anders heen moesten?

Dus ik maakte voor de zekerheid veel te veel foto's. In de hoop dat er toch iets bruikbaars tussen zou zitten.


Toen begon het echte werk pas

Maar eenmaal thuis begon de ellende pas.

De foto's leken wel op scenes uit de Hulk! 

En zo zat ik uren achter de computer om de groene zweem uit gezichten te halen. Achtergronden rustiger maken. Licht corrigeren. Kleuren herstellen. Ik probeerde eigenlijk de fouten van vóór de eerste foto achteraf nog op te lossen.

En eerlijk gezegd lukte dat nooit helemaal. Tja, het is ook een beetje gek om achteraf iets te corrigeren wat je in beginsel al goed had moeten doen toch? Dat is net zoiets als je een taart te zoet hebt gemaakt en dat na het bakken probeert te fixen door er een lading zout overheen te strooien. 


Maar goed, de klant was vaak tevreden, maar ik keek naar die foto's en schaamde me kapot! En ondertussen mijzelf maar voor de gek houden door tegen mijzelf te zeggen: "Als zij maar tevreden zijn, dan is het goed." 


Het probleem zat niet in mijn camera

Het vervelende was dat juist die foto's weer nieuwe klanten aantrokken die precies hetzelfde wilden.

Zo bleef ik in een cirkeltje rondlopen dat ik zelf in stand hield.

Tot ik besloot dat het anders moest.

Niet omdat ik eigenwijs ben (wat ik overigens wel ben ;) ), maar omdat ik wist dat ik betere foto's kon maken als ik zelf de omstandigheden koos waarin ik het beste werk en vooral functioneer. 

Per slot van rekening laat een bakker zich ook niet vertellen met welk meel hij zijn brood moet bakken. Waarom zou ik als fotograaf dan wel werken op een plek waarvan ik vooraf al weet dat dit 'm zeker niet gaat worden!


Ik stopte met zoeken naar mooie locaties

Vanaf dat moment veranderde mijn manier van werken.

- Ik bepaal nu de locatie.

- Ik kies het tijdstip.

- Ik zoek de plek waar het licht doet wat ik wil.

Niet omdat mijn klanten niets mogen inbrengen, zeker wel.. want soms zien zij juist dingen die ik niet zie,  maar omdat zij mij boeken vanwege mijn manier van fotograferen.

En weet je wat er gebeurde? 


Mijn klanten werden juist relaxter. 

Ze hoefden niet meer na te denken over de perfecte locatie. Ze vertrouwden erop dat ik die keuze maakte.

En ik kwam thuis met veel minder foto's, hoefde veel minder na te bewerken en hield ineens weer tijd over voor mijn gezin in plaats van eindeloze en vooral stomme avonden achter de computer.


Behind the scenes: eenvoudige locatie naast een wandelpad waar een fine art-portret met natuurlijk licht werd gemaakt.
De daadwerkelijke locatie.
Niet bijzonder, totdat je leert kijken naar wat er wél mogelijk is


De grootste verandering? Ik leerde anders kijken

Het grootste verschil zat eigenlijk niet in mijn camera, lens of instellingen.

Ook niet in Photoshop.

En zelfs niet in de locatie.

Nee, ik leerde anders kijken.

Vroeger zocht ik naar mooie plekken. 

Nu zoek ik naar mooi licht.


Dat klinkt misschien als een klein verschil, maar het veranderde alles.

Daardoor maakt het tegenwoordig veel minder uit waar ik fotografeer. Natuurlijk zijn er locaties die mooier zijn dan andere, maar licht is bijna altijd belangrijker dan de plek zelf.

Een parkeerplaats kan supermooi zijn als het licht klopt.

En een prachtig park kan enorm tegenvallen als het licht niet meewerkt.


Leren kijken verandert alles

Dat is misschien wel de grootste les die ik in al die jaren heb geleerd.

Goede fotografie begint niet bij een mooie locatie.

Goede fotografie begint met leren zien.

Zodra je begrijpt hoe licht werkt, ga je mogelijkheden ontdekken op plekken waar je vroeger straal voorbij liep.


Je leert betere keuzes maken in standpunt, achtergrond en lens.

Je fotografeert met meer rust.

Je hebt minder nabewerking nodig.


En misschien nog wel het belangrijkste: je krijgt weer vertrouwen in jezelf.




Wil jij ook leren om licht te lezen?


Op 8 september 2026 geef ik een live online masterclass/webinar  waarin ik precies laat zien hoe ik een locatie beoordeel, hoe ik onder verschillende omstandigheden toch mooi natuurlijk licht vind en waarom de juiste keuze vóór het maken van de eerste foto vaak belangrijker is dan alles wat je later nog in Lightroom of Photoshop probeert te herstellen.


Het gaat niet om dure apparatuur.

Het gaat niet om geheime instellingen.

Het gaat om leren kijken.


En dat is een vaardigheid waar je de rest van je fotografieleven plezier van hebt.


👉🏻 Bekijk hier de Masterclass 👈🏻




before foto van een model op een parkeerplaats door natuurljk licht fotograaf willie kers uit Apeldoorn
Een locatie die eigenlijk helemaal niks voorstelt. 


portret van een meisje dat op een doodgewone locatie gemaakt is maar waar het licht heel mooi is door Willie kers met natuurlijk licht
Alles draait altijd om het licht!









Waarom een dure lens je foto niet interessanter maakt

maandag 6 juli 2026

 

Hond gefotografeerd met natuurlijk licht tussen boshyacinten in het bos bij Apeldoorn.
De locatie stelde eigenlijk niets voor. Het verschil zat ergens anders. Daar gaat dit verhaal over.


Kijk eens rustig naar deze foto.
Misschien valt je oog als eerste op Bobby. Of op de paarse boshyacinten. Misschien zie je juist dat mooie warme avondlicht? En als ik je nu zou vragen waardoor deze foto is geworden zoals hij is, dan is de kans groot dat je als eerste aan mijn camera of aan mijn lens denkt.

Dat hoor ik namelijk best vaak.

“Ja, met zo'n lens en camera kan ik het ook."

En eerlijk gezegd snap ik dat wel. We worden er voortdurend mee geconfronteerd dat er weer een nieuwe camera is of een lens die nóg scherper is, nóg sneller scherp stelt of een nóg mooiere onscherpte geeft. Voor je het weet ga je geloven dat betere apparatuur ook automatisch betere foto's oplevert.

En dat dacht ik vroeger ook hoor. Ik keek naar reviews, vergeleek foto's en dacht dat het verschil misschien toch in een andere lens zat. Kapitalen heb ik aan lenzen uitgegeven die uiteindelijk stonden te verstoffen in mijn kast. 

Inmiddels weet ik dat de foto's waar ik het meest blij van word, eigenlijk nooit beginnen bij mijn camera. Tegen de tijd dat ik mijn camera pak, is de foto in mijn hoofd allang gemaakt.

Een camera legt uiteindelijk alleen maar vast wat jij al hebt gezien.

Begrijp me niet verkeerd. Ik werk graag met goede apparatuur. Dat maakt fotograferen een stuk prettiger, net zoals een nieuwe auto comfortabeler rijdt dan een oude. In een moderne auto heb je ingebouwde navigatie, betere schokbrekers en hoef je niet eerst tien minuten te wachten voordat de ramen eindelijk een beetje ontwasemen en als je mazzel hebt, stoelverwarming. Dat rijdt gewoon lekkerder als je een eind moet rijden.
Maar uiteindelijk je komt met allebei op dezelfde bestemming. Alleen de ervaring is net wat anders.

Met een camera en een lens is dat eigenlijk precies hetzelfde. Natuurlijk kan een mooie lens sneller scherpstellen of een achtergrond mooier onscherp maken. Dat is allemaal mooi. Maar hij vertelt je niet waar je moet gaan staan. Hij ziet niet dat het licht ineens precies goed is. En hij zegt ook niet dat je misschien eens door je knieën moet zakken.

Dat blijft het werk van jou, van de fotograaf.

Misschien is dat ook wel de reden waarom ik zo graag met natuurlijk licht werk. Veel mensen denken dat fotograferen met natuurlijk licht makkelijker is dan werken met flitsers. Eigenlijk denk ik precies het tegenovergestelde.

Een flitser zet je neer waar jij hem wilt hebben. Je bepaalt zelf hoe fel hij is, je zet er een diffuser voor of een kleurfilter en als het licht net niet goed valt, schuif je hem gewoon een stukje op.

Met de zon werkt dat toch net even anders.
Als het licht te hard is, kun je niet even een wolk ervoor schuiven. Je kunt de zon ook niet vragen om een meter naar links te gaan staan of iets zachter te schijnen omdat dat beter uitkomt voor je compositie.

Het is wat het is.
En juist dát vind ik zo mooi.

Ik probeer het licht niet te veranderen.
Ik verander mijn standpunt.

Soms loop ik een paar meter verder. Soms wacht ik even. Soms ga ik door mijn knieën. En soms maak ik helemaal geen foto, omdat het licht voor mijn gevoel nog niet klopt.

Maar ik zal je laten zien wat ik bedoel.

De foto bovenaan dit blog is gemaakt naast een parkeerplaats

before foto van een gewone locatie met natuurlijk licht

Geen indrukwekkend natuurgebied. Geen heideveld. Geen lavendel. Het is gewoon een klein stukje naast de parkeerplaats, vlak voordat ik de hondenuitlaatplek inloop. Als je goed kijkt, zie je mijn auto zelfs nog tussen de bomen staan.

Bobby en ik waren onderweg om lekker te wandelen toen mijn oog ineens op een klein strookje licht viel.

Eigenlijk was de zon al bijna weg. Op bijna de hele plek was het licht verdwenen, maar precies achter dat kleine groepje boshyacinten viel nog nét een beetje warm avondlicht tussen de bomen door. En dat zag je alleen als je precies goed stond.

Een stap naar links en het was weg.
Een stap naar rechts ook.

Als ik niet had opgelet, had ik het waarschijnlijk niet eens gezien.


Gelukkig lag mijn camera nog in de auto. Dus ik ben teruggelopen, heb mijn camera gepakt en ben weer naar dat ene plekje gegaan. Ik ging door mijn knieën, schoof een klein stukje op en ineens viel alles samen. Het licht, de bloemen, de donkere achtergrond en Bobby die precies op de goede plek zat.

Binnen vijf minuten had ik de foto's gemaakt omdat ik eigenlijk meteen wist wat ik wilde.


Daarna ging mijn camera weer terug in de auto. Want een wandeling is voor mij gewoon een wandeling. En trouwens, Bobby vindt daar ook wat van.

Pas thuis heb ik de foto's bekeken.

En toen ik deze foto op mijn scherm zag, werd ik nog blijer dan ik al was.

Niet omdat ik dacht: Joh, wat heb ik toch weer een mooie foto gemaakt.

Zeker niet! Het gevoel begint voor mij veel eerder.


De kick zit op het moment dat ik door mijn zoeker kijk en zie hoe het natuurlijke licht en de kleuren ineens met elkaar gaan samenwerken. Dat laatste beetje avondzon, de paarse boshyacinten, de achtergrond en mijn “grote” kleine vriendje op de voorgrond, waardoor alles precies op zijn plek lijkt te vallen.


Maar eerlijk gezegd begon het niet met Bobby.

Het begon met het licht. Dat zie ik altijd als eerste.

Misschien is dat ook wel de reden waarom ik als kind eindeloos met een caleidoscoop kon spelen. Ik bleef maar draaien omdat ik gefascineerd was door wat licht en kleur samen deden. Iedere kleine beweging veranderde het hele beeld. Als ik er nu op terugkijk, is daar eigenlijk niet zoveel in veranderd.


Ik reageer nog steeds als eerste op licht. Pas daarna zie ik de rest.


Maar goed, misschien denk je nu nog steeds dat zo'n foto alleen lukt met een dure lens. Dat is misschien wel het grappigste van dit hele verhaal.

De lens waarmee ik deze foto maakte gebruik ik al bijna twintig jaar. Vergeleken met de moderne objectieven van tegenwoordig is hij zo traag als een slak.


En toch maakte ik deze foto ermee. Omdat de belangrijkste keuzes al gemaakt waren voordat ik klikte.


Ik had het licht al gevonden. Ik wist al waar ik wilde staan. Ik wist al hoe de compositie moest worden. De lens en camera hoefde het alleen nog maar vast te leggen.


Misschien is dat ook de reden waarom ik achteraf zo weinig tijd kwijt ben aan nabewerking. Als het licht, de compositie en de kleuren al kloppen op het moment dat ik afdruk, hoef ik thuis niet meer te redden of toe te voegen wat buiten nooit is gebeurd. Of er in de eerste instantie ook nooit is geweest. 


Misschien is dat ook wel waarom ik na al die jaren nog steeds zo graag fotografeer. Niet omdat ik op zoek ben naar een nieuwe camera of een betere lens, maar omdat ik nog steeds blij word van dat ene moment waarop ik door mijn zoeker kijk en zie hoe het licht en de kleuren precies met elkaar gaan samenwerken. Dat moment duurt misschien maar een paar seconden, maar daar doe ik het voor. 


Een nieuwe lens gaat ooit vervangen worden.


Maar écht leren kijken naar natuurlijk licht, dat neem je de rest van je leven mee.


______________________________________________________


Meer lezen?

Welke lens geeft de meeste Bokéh?

Veel fotografen denken dat een wazige achtergrond vooral door een dure lens ontstaat. In dit blog leg ik uit waardoor bokeh écht wordt bepaald.


Verder lezen

Hoe voorkom je groene kleurzweem in je foto’s?

Licht gaat niet alleen over schaduw en sfeer. Ook kleuren reageren op licht. Daarom ontstaat bijvoorbeeld groene kleurzweem in het bos.


Nog meer lezen?

5 simpele tips die je foto's meteen dromeriger maken

Veel fotografen denken dat dromerige foto's vooral ontstaan door nabewerking of een dure lens. Natuurlijk kunnen die helpen, maar daar begint het niet. Het begint met kijken…"



Oh ja, wil je dit niet alleen lezen, maar ook echt dóén?

Theorie begrijpen is één, maar het toepassen in de praktijk is soms toch wel lastig. Blijf dan niet maandenlang aanmodderen want ik kan het je écht in no-time leren.

Tijdens mijn 1-op-1 cursus kijken we samen naar jouw foto's en pakken we direct de punten aan waar jij nu op vastloopt.


👉 Lees hier alles over de 1-op-1 cursus




fine art portret van een roodharige vrouw dansend in het gras in een roze trouwjurk tijdens zonsondergang door natuurlijk licht fotograaf Willie Kers uit Apeldoorn




Groepsfoto’s maken met groot diafragma: zo krijg je iedereen scherp

zaterdag 11 oktober 2025

Groepsfoto van vijf kinderen en een hond bij een houten hek, haarscherp gefotografeerd met groot diafragma en zachte dromerige achtergrond, natuurlijk licht fotografie door Willie Kers uit Apeldoorn.


Eén van de meest gestelde vragen van mijn cursisten is: “Hoe krijg jij die achtergronden zo zacht en dromerig? Vervaag je dat later in Photoshop?” Het antwoord is simpel: nee. Ik vervaag de achtergrond niet achteraf. En nee, ik draai mijn diafragma niet dicht als ik een grote groep fotografeer.

De basis ligt in iets heel anders: je apparatuur écht kennen, begrijpen wat je camera én je lenzen doen, en daar bewust mee spelen. Het is net zoals autorijden; al heb je nog zo’n mooie auto, als je niet weet hoe het werkt, komt je geen meter vooruit of je rijdt -in het ergste geval- meteen tegen een paal aan. Dus je zal eerst moet oefenen zodat het in je systeemgeheugen zit. Dan gaat het daarna vanzelf. 

Met fotograferen is het net zo. Een foto moet — net als de schets van een schilder — al goed uit je camera komen. Als de basis klopt, hoef je in de nabewerking nauwelijks nog iets te doen. Zelf werk ik altijd met prime telelenzen met een groot diafragma, omdat ik hou van die boterzachte achtergrond waarbij mijn onderwerp echt centraal staat in het beeld. Bovendien maakt een lens met een vast brandpunt mij creatiever omdat ik moet “zoomen” met mijn voeten. Daarnaast is een prime vrijwel altijd lichtsterker én scherper omdat het glas niet over elkaar heen beweegt zoals bij een zoomlens.  Dus de achtergrond wordt nog dromeriger dan met een zoomlens en je onderwerp scherper. 

In combinatie met het goed sturen van natuurlijk licht levert dat die dromerige, schilderachtige beelden op waar ik zo van houd. Het maakt voor mij niet uit of er één persoon voor de lens staat of een groep van twintig — mijn diafragma staat gewoon helemaal open, en toch is iedereen scherp.

Wil je weten hoe dat kan? Dat ga ik je hieronder stap voor stap uitleggen:


1. De “focal plane” – denk aan een onzichtbare muur

Stel je voor dat je voor je een groot stuk karton rechtop houdt. Dat karton is als een onzichtbare muur:

  • Alles wat precies op die muur staat, is scherp.
  • Alles wat ervoor of erachter staat, wordt wazig.

Dat karton is je focal plane oftewel je scherptevlak. Je camera stelt scherp op één vlak, en hoe dun of dik dat vlak is, hangt o.a. af van je diafragma. Bij een groot diafragma, zoals f/1.8, is dat vlak flinterdun. Jouw positie is hierbij ook bepalend. Zelfs 10 cm naar voren of achteren kan het verschil maken tussen scherp en wazig.

Portret van een jong meisje op blote voeten in een roze jurk tussen vliegende duiven in een kleurrijke straat op Curaçao, haarscherp vastgelegd met groot diafragma en zachte, dromerige achtergrond, natuurlijk licht fotografie door Willie Kers fotograaf uit Apeldoorn.
Hier zie je goed hoe het scherptevlak werkt: haar voetjes vallen precies in het vlak, terwijl de duiven vóór en achter haar zacht onscherp zijn. - EF 85mm F/1.2 -

2. Iedereen scherp bij groepsfoto’s (ook op f/1.8)

Bij groepsfoto’s lijkt die dunne scherpte soms lastig, maar met een paar slimme trucs krijg je iedereen haarscherp, zélfs met een groot diafragma:

Tip 1: Zet iedereen netjes in één vlak

Laat je groep in een rechte lijn staan. Geen halve cirkels of ‘trappetjes’. Zo staan ze allemaal netjes op dezelfde onzichtbare muur. Vergeet ook vooral niet om ze niet teveel naar de randen te zetten. Want als je werkt met een groot diafragma loop je het risico dat de randen wat onscherper zijn. 

Tip 2: Ga iets verder van de groep af

Als je heel dichtbij fotografeert, is je scherptevlak maar een paar centimeter diep. Door een paar meter achteruit te stappen, wordt het vlak optisch dikker, waardoor iedereen binnen de scherpte valt.

Tip 3. Stel scherp in het midden

Niet op de voorste persoon scherpstellen, maar op iemand in het midden van de rij. Of in elk geval ergens in het midden. Zo verdeel je de scherpte evenwichtiger naar voren en achteren. Dat hoeft niet perse een oog te zijn. Want in het Focal plane is alles, zowel horizontaal als verticaal scherp. 

Bonustip: Zet je groep niet teveel naar de randen van je kader. Want als je werkt met een groot diafragma loop je het risico dat de randen wat onscherper zijn en kun je bovendien vervorming krijgen. Iets meer je groep in het midden is prima.



3. Achtergrondafstand – de geheime saus voor dromerige bokeh

Het is niet alleen je diafragma wat bepaalt hoe wazig je achtergrond wordt. De afstand tussen je onderwerp en de achtergrond speelt ook een gigantische rol.

  • Staat je model strak tegen een muur? Dan blijft die muur zichtbaar.
  • Staat je model 5 meter ervoor? Dan verandert die muur in een zachte, schilderachtige waas.

Hoe verder de achtergrond weg is, hoe vager deze wordt.
Zet je groep of persoon dus niet vlak voor een heg of muur, maar laat ruimte achter hen. Vooral met telelenzen werkt dit geweldig goed. Werk je met een lens van 50mm of korter, dan bereik je het tegenovergestelde effect en druk je de achtergrond naar achteren waardoor deze juist scherper wordt en verder van je onderwerpen lijkt.


4. Waarom langere lenzen de achtergrond zachter maken

Veel mensen denken: “Als ik maar een 50 mm f/1.2 gebruik, krijg ik hetzelfde effect.” Maar nee — de achtergrond ziet er dan écht anders uit. Dat komt door twee dingen: compressie en scherptediepte.

Compressie

Met een langere lens (bijv. 85 mm of 135 mm) sta je verder weg, en daardoor lijkt de achtergrond dichter naar het onderwerp toe te komen. Alles wordt optisch een beetje “in elkaar gedrukt”. Dat geeft die typische zachte, filmische look. Een 70-200 mm werkt ook prima mits je deze inzoomt tot 135mm of het liefst, meer, hoe meer je inzoomt, hoe vager de achtergrond wordt. Nadeel is dat je dan zelf ook een stuk verder weg staat van je onderwerp. En dat moet je wel passen. Persoonlijk sta ik het liefst zo ver mogelijk van mijn modellen af. Zij in hun bubbel en ik in de mijne..


Herfstportret van een peuter met een mand en knuffel in het bos, omringd door vallende bladeren, haarscherp gefotografeerd met groot diafragma en zachte dromerige achtergrond, kinderfotografie met natuurlijk licht door Willie Kers fotograaf uit Apeldoorn.
Hier is scherpgesteld op haar handje bij de mand. Want dat is het exacte midden van de focal plane. - 135mm F/1.8

Minder scherptediepte

Bij dezelfde diafragmawaarde geeft een langere lens altijd een ondiepere scherptediepte dan een kortere. Dus bij 135 mm f/2.8 krijg je vaak een zachtere achtergrond dan bij 50 mm f/1.4. 


Praktisch verschil

  • 📷 50 mm → meer omgeving zichtbaar, achtergrond oogt drukker.
  • 📷 85 mm → achtergrond begint mooi te vervagen.
  • 📷 Vanaf 100 mm → achtergrond lijkt dichterbij en verandert in een zachte waas met prachtige bokeh.

Zelfs bij f/4 kun je met bijvoorbeeld een 135 mm nog dromerige portretten maken als de achtergrond maar ver genoeg weg is.

Het is natuurlijk niet zo dat je met een 50 mm op F/1.4 geen dromerige achtergrond kunt krijgen. Alleen moet je dan wel dichterbij je onderwerp gaan staan. Ook hier is weer jouw afstand tot je onderwerp bepalend voor de scherpte of onscherpte. 


Nog een extra tip: Heb je geen "lange" lens maar wel een 100 mm F/2.8 macro lens, gebruik deze dan eens. Deze wordt vaak over het hoofd gezien als portretlens maar behalve voor macro is het ook een mooie lens voor het maken van dromerige portretten. 


Samengevat

  • De focal plane is je scherptevlak. Zie het als een onzichtbare muur.
  • Groot diafragma = dunne muur → let op je opstelling.
  • Zet je groep in één vlak, stel scherp in het midden en stap wat naar achter voor meer marge.
  • Zorg dat je groep niet te dicht op de randen van je kader staat om onscherpte of vervorming te voorkomen. 
  • Achtergrondafstand bepaalt hoe zacht de achtergrond wordt.
  • Langere lenzen (vanaf 85mm) zorgen voor compressie en minder scherptediepte → dromerige bokeh.
  • De foto moet in de basis goed zijn. Als je dit snapt, hoef je achteraf nauwelijks na te bewerken.

Tot slot

Fotografie is geen trucje dat je achteraf in Photoshop of Lightroom veel aanpast. Het is vooral leren kijken, begrijpen wat je lens, camera en vooral het licht doet én bewust keuzes maken.

Ga er maar eens mee spelen. Zet iemand dicht tegen een achtergrond en fotografeer met 50 mm f/1.8. Verplaats die persoon daarna 5 meter naar voren en pak een langere lens. Je zult zelf zien hoe groot het verschil is.

Als je dit onder de knie hebt, heb je geen “magisch Photoshop-filter” meer nodig. Je camera en lens kunnen het zelf — en jij ook.


Oh ja, wil je dit niet alleen lezen, maar ook echt dóén?

Theorie begrijpen is één, maar het toepassen in de praktijk is soms toch wel lastig. Blijf dan niet maandenlang aanmodderen want ik kan het je écht in no-time leren.

Tijdens mijn 1-op-1 cursus kijken we samen naar jouw foto's en pakken we direct de punten aan waar jij nu op vastloopt.


👉 Lees hier alles over de 1-op-1 cursus



Herfstfoto van twee kinderen die met bladeren spelen in een bos, gefotografeerd met groot diafragma waardoor zij haarscherp zijn en de achtergrond zacht en dromerig vervaagt, kinderfotografie met natuurlijk licht door Willie Kers fotograaf uit Apeldoorn.
200mm F/2.0


Copyright © Willie Kers | Natuurlijk licht & Fotografie
Design by Fearne •