Wie heeft eigenlijk de regie tijdens jouw fotoshoot?
dinsdag 7 juli 2026
![]() |
| Deze foto herinnert me eraan dat de mooiste verandering niet in mijn camera zit, maar in de keuze om weer zelf de regie te nemen. |
Jaren geleden dacht ik dat ik degene was die een fotoshoot leidde. Ik had tenslotte de camera in mijn handen. Maar in werkelijkheid liet ik me veel te vaak leiden door de wensen van mijn klanten.
Het begon meestal met een onschuldige opmerking.
"We weten wel een mooi plekje..."
En voor ik het wist, stond ik midden op de dag op een neongroen grasveld. In de volle zon, iedereen een wit T-shirt aan en een blauwe spijkerbroek. Terwijl ik diep van binnen eigenlijk al wist dat dit niet de foto's zouden worden waar ik blij van zou zijn.
En toch zei ik geen nee. Terwijl ik dat diep van binnen wel wilde doen.
Ik vond het zo bijzonder dat mensen juist míj hadden gekozen voor hun fotoshoot. Ze betaalden ervoor, dus wie was ik om te zeggen dat we ergens anders heen moesten?
Dus ik maakte voor de zekerheid veel te veel foto's. In de hoop dat er toch iets bruikbaars tussen zou zitten.
Toen begon het echte werk pas
Maar eenmaal thuis begon de ellende pas.
De foto's leken wel op scenes uit de Hulk!
En zo zat ik uren achter de computer om de groene zweem uit gezichten te halen. Achtergronden rustiger maken. Licht corrigeren. Kleuren herstellen. Ik probeerde eigenlijk de fouten van vóór de eerste foto achteraf nog op te lossen.
En eerlijk gezegd lukte dat nooit helemaal. Tja, het is ook een beetje gek om achteraf iets te corrigeren wat je in beginsel al goed had moeten doen toch? Dat is net zoiets als je een taart te zoet hebt gemaakt en dat na het bakken probeert te fixen door er een lading zout overheen te strooien.
Maar goed, de klant was vaak tevreden, maar ik keek naar die foto's en schaamde me kapot! En ondertussen mijzelf maar voor de gek houden door tegen mijzelf te zeggen: "Als zij maar tevreden zijn, dan is het goed."
Het probleem zat niet in mijn camera
Het vervelende was dat juist die foto's weer nieuwe klanten aantrokken die precies hetzelfde wilden.
Zo bleef ik in een cirkeltje rondlopen dat ik zelf in stand hield.
Tot ik besloot dat het anders moest.
Niet omdat ik eigenwijs ben (wat ik overigens wel ben ;) ), maar omdat ik wist dat ik betere foto's kon maken als ik zelf de omstandigheden koos waarin ik het beste werk en vooral functioneer.
Per slot van rekening laat een bakker zich ook niet vertellen met welk meel hij zijn brood moet bakken. Waarom zou ik als fotograaf dan wel werken op een plek waarvan ik vooraf al weet dat dit 'm zeker niet gaat worden!
Ik stopte met zoeken naar mooie locaties
Vanaf dat moment veranderde mijn manier van werken.
- Ik bepaal nu de locatie.
- Ik kies het tijdstip.
- Ik zoek de plek waar het licht doet wat ik wil.
Niet omdat mijn klanten niets mogen inbrengen, zeker wel.. want soms zien zij juist dingen die ik niet zie, maar omdat zij mij boeken vanwege mijn manier van fotograferen.
En weet je wat er gebeurde?
Mijn klanten werden juist relaxter.
Ze hoefden niet meer na te denken over de perfecte locatie. Ze vertrouwden erop dat ik die keuze maakte.
En ik kwam thuis met veel minder foto's, hoefde veel minder na te bewerken en hield ineens weer tijd over voor mijn gezin in plaats van eindeloze en vooral stomme avonden achter de computer.
De grootste verandering? Ik leerde anders kijken
Het grootste verschil zat eigenlijk niet in mijn camera, lens of instellingen.
Ook niet in Photoshop.
En zelfs niet in de locatie.
Nee, ik leerde anders kijken.
Vroeger zocht ik naar mooie plekken.
Nu zoek ik naar mooi licht.
Dat klinkt misschien als een klein verschil, maar het veranderde alles.
Daardoor maakt het tegenwoordig veel minder uit waar ik fotografeer. Natuurlijk zijn er locaties die mooier zijn dan andere, maar licht is bijna altijd belangrijker dan de plek zelf.
Een parkeerplaats kan supermooi zijn als het licht klopt.
En een prachtig park kan enorm tegenvallen als het licht niet meewerkt.
Leren kijken verandert alles
Dat is misschien wel de grootste les die ik in al die jaren heb geleerd.
Goede fotografie begint niet bij een mooie locatie.
Goede fotografie begint met leren zien.
Zodra je begrijpt hoe licht werkt, ga je mogelijkheden ontdekken op plekken waar je vroeger straal voorbij liep.
Je leert betere keuzes maken in standpunt, achtergrond en lens.
Je fotografeert met meer rust.
Je hebt minder nabewerking nodig.
En misschien nog wel het belangrijkste: je krijgt weer vertrouwen in jezelf.
Wil jij ook leren om licht te lezen?
Op 8 september 2026 geef ik een live online masterclass/webinar waarin ik precies laat zien hoe ik een locatie beoordeel, hoe ik onder verschillende omstandigheden toch mooi natuurlijk licht vind en waarom de juiste keuze vóór het maken van de eerste foto vaak belangrijker is dan alles wat je later nog in Lightroom of Photoshop probeert te herstellen.
Het gaat niet om dure apparatuur.
Het gaat niet om geheime instellingen.
Het gaat om leren kijken.
En dat is een vaardigheid waar je de rest van je fotografieleven plezier van hebt.
👉🏻 Bekijk hier de Masterclass 👈🏻
Een locatie die eigenlijk helemaal niks voorstelt.
| Alles draait altijd om het licht! |
Waarom je foto onscherp lijkt terwijl dat niet zo is.
dinsdag 20 augustus 2024
"Mijn foto is niet scherp. Vooral de ogen niet."
Die zin hoor ik regelmatig.
En meestal denk ik dan: laat eens kijken.
Want eerlijk gezegd valt het meestal ontzettend mee.
Maar voordat we verder gaan, wil ik trouwens eerst iets hierover kwijt.
Scherpte wordt wat mij betreft vaak veel belangrijker gemaakt dan nodig is.
Natuurlijk wil je een scherpe foto. Dat wil ik ook. Maar als iemand na het zien van mijn foto zegt: "Zo, die is scherp." dan heb ik de plank volledig misgeslagen of in dit geval geschoten.
Ik hoor liever dat iemand zegt: "Wat een mooie foto." Of nog mooier: "Die raakt me."
Dat is uiteindelijk waar fotografie voor mij om draait.
Kijk maar eens naar foto's uit je kindertijd. Let jij dan als eerste op de scherpte? Ik zeker niet.Meestal denk ik eerst: Wat had ik in hemelsnaam voor een idioot kapsel? Daarna zie ik mijn ouders, mijn broers of zus, de kleren van vroeger en ben ik weer heel even terug in dat moment.
Of die foto haarscherp is? Ik heb werkelijk geen idee. Daar let ik niet eens op.
Begrijp me niet verkeerd hoor, want dit is natuurlijk geen excuus om onscherpe foto's te maken. Maar heel soms slaan we wel een beetje door.
De lenzen van tegenwoordig zijn zó scherp dat ik dingen zie die ik in een normaal gesprek niet eens opmerk. Daarom fotografeer ik zelf bijna nooit met een ISO onder de 400, tenzij het echt niet anders kan. Dat maakt een huid net iets zachter. Precies zoals ik iemand ook zie als ik tegenover hem of haar zit.
En dat scheelt me achteraf ook nog eens een hoop werk in Lightroom.
Maar goed...
Laat ik je eerst een vraag stellen.
Hoe ver zoom jij eigenlijk in als je je foto's bekijkt?
Dit is altijd het eerste wat ik wil weten:
Hoe ver zoom je in op je camera of in Lightroom?
Als het antwoord is: meer dan 100%, dan weet ik eigenlijk al genoeg.
- Je beoordeelt pixels.
- Je denkt dat de scherpte ernaast zit.
- Je gaat verscherpen waardoor huid hard wordt.
- Je corrigeert details die geen probleem waren.
Op dat moment beoordeel je namelijk geen foto meer.
Wat gebeurt er als je meer dan 100% inzoomt?
Zodra je boven de 100% gaat kijken, trek je de afbeelding letterlijk uit elkaar.
- Je ziet losse pixels en daardoor lijkt je foto ineens onscherp.
- Je denkt dat de huid zacht is.
- Je denkt ruis te zien.
Maar bekijk je dezelfde foto op normaal formaat — op een scherm, telefoon of print — dan is er niks aan de hand.
En toch ga je bewerken.
Je gaat ruis verwijderen die niemand ooit zou zien.
Tijdens de nabewerking in Lightroom maak je de foto zo juist minder mooi, terwijl je dacht hem te verbeteren.
Je kijkt niet meer naar de foto maar naar de details
Op 200% of 300% zie je geen beeld meer.
Je ziet structuur.
Geen moment.
Geen sfeer.
Geen licht.
Alleen huid en korreltjes.
Het is een beetje alsof je met je neus tegen een schilderij aan gaat staan en zegt dat de verf niet strak is.
En dat klopt.
Maar zo is het schilderij niet bedoeld om bekeken te worden.
En jou foto ook niet.
Waarom je foto onscherp lijkt na het bijsnijden
Hier zit vaak nog iets onder.
Soms is een foto niet onscherp — je stond gewoon te ver weg.
Dan ga je croppen om dichterbij te komen en daarna zoom je in om de scherpte te controleren.
En dan zie je… pixels.
Je mag best iets bijsnijden.
Zo’n 10 tot 15 procent kan meestal prima.
Maar ga je verder, dan lever je kwaliteit in én je verliest de mooie eigenschappen van je lens.
Het beeld wordt vlakker en harder en uiteindelijk lijkt je foto onscherp terwijl dat helemaal niet zo was.
De echte oplossing is heel simpel:
de volgende keer een stap dichterbij zetten.
Moraal van het verhaal:
Meestal is er dus helemaal niets mis met de scherpte.
Je kijk er alleen veel te dichtbij naar.
Het verschil zit niet in je camera, maar in hoe je kijkt
Een camera kan scherpstellen.
Een fotograaf leert zien.
En dat is precies waar mijn online cursus Dromerige Fine Art over gaat. We hebben het natuurlijk over fotograferen en nabewerken. Maar minstens zo belangrijk vind ik dat je écht leert kijken. Dat je op een normale manier leert beoordelen wanneer een foto echt werkt, zonder te verzanden in perfectionisme of hoe je het ook noemen wilt. En eindeloos blijft zoeken naar kleine foutjes die niemand ziet behalve jij.
Want uiteindelijk onthoudt niemand of je op 300% nog een wimpertje extra kon tellen.
Mensen onthouden een foto die iets met ze doet.
Online cursus Dromerige Fine Art
Let's create some magic! |
De beste lens voor dromerige portretfotografie
vrijdag 31 maart 2023
![]() |
| Canon EF 85mm F/1.2 |
"Wat is een goede lens voor dromerige portretten?" Dat is een vraag die vaak gesteld wordt voorafgaand aan een workshop. Laat ik voorop stellen dat de beste lens (en camera) die er bestaat, de lens (en camera) is die je nu hebt! Want daar moet je het mee doen. En als je beide goed kent, dan zijn de mogelijkheden eindeloos. Want dan weet je ook precies wat je moet doen om het uiterste uit die lens te halen. Maar goed, dat was de vraag niet..
De eigenlijke vraag is: "Welke lens geeft de meeste achtergrondvervaging". Nu is dat afhankelijk van meerdere factoren maar om bij lensvraag te blijven, daar kan ik een kort antwoord op geven: dat is een lens met een groot diafragma. En dat zijn vrijwel altijd prime-lenzen. Oftewel een lens met een “walking zoom”. Dus waarmee je in- en uitzoomt met je voeten. Want met een prime kun je niet zoomen. Een prime lens is ook altijd lichtsterker dan een zoomlens. Dus deze heeft altijd een groter diafragma dan een zoomlens.
Het brandpuntafstand oftewel de lengte in millimeters van de lens bepaalt hoe vaag de achtergrond wordt vanaf een bepaalde afstand. Een langere lens haalt de achtergrond naar voren. Een kortere lens duwt deze naar achteren waardoor het lijkt alsof er heel veel ruimte is. Denk maar aan een groothoeklens die op je telefoon zit.
Eigenlijk kun je het zo zien: ons menselijk oog komt ongeveer overeen met een brandpuntafstand van 50-70mm. Alles wat korter dan 50mm duwt de achtergrond naar achteren (meer scherpte op de achtergrond) en alles wat langer is dan 70mm haalt deze dichterbij (vagere achtergrond). Hoe onscherp je achtergrond wordt hangt af van hoe dichtbij jij bij je onderwerp staat. Om een vage achtergrond met een 50mm te krijgen, zal je dus dicht op je onderwerp moeten gaan staan terwijl je diafragma open staat. Bijvoorbeeld bij een close-up portret. Bij een lens van bijvoorbeeld 85mm 1.8 kun je wat meer afstand nemen om dezelfde vage achtergrond te behouden. Bij 135 nog meer en bij 200mm kun je iemand (of een groep) helemaal scherp op de foto krijgen terwijl de achtergrond helemaal vaag is.
Ik houd van foto’s met een hele vage achtergrond waarop iemand gedeeltelijk- of helemaal te zien is. En dat betekent gezien het bovenstaande, dat ik lange primelenzen gebruik met een groot diafragma. Mijn favoriete lens is de 85mm F/1.2. Deze heb ik al jaren. En dat blijft nog steeds de lens die ik het liefste gebruik. Deze lens heeft iets magisch. Door zijn grote diafragma, die ik uitsluitend op F/1.2 gebruik, wordt de achtergrond echt heel bijzonder en dromerig terwijl mijn onderwerp haarscherp blijft! Daarnaast zit er een “foutje” in deze lens. Want hij geeft behoorlijk wat lens flare. Maar laat ik daar nu juist van houden. Daarnaast is mijn tweede favoriet de 135mm F/2.0. Deze heeft eigenlijk precies hetzelfde als de 85mm. Alleen kan ik met deze lens wat verderweg van mijn modellen staan en toch hetzelfde effect bereiken als met de 85mm. Ondanks dat het F/2.0 is. Dit komt dus door het brandpuntafstand van 135mm. Dus dat betekent dat het brandpuntafstand van een lens belangrijker is voor een vage achtergrond dan het diafragma. De keuze voor de één of andere lens hangt af van het plaatje wat ik in mijn hoofd heb en ook van de locatie. Want met een 135mm zal ik meer ruimte moeten hebben om naar achteren te kunnen lopen vanwege het brandpuntafstand. Binnenshuis wordt deze lens bijvoorbeeld voor mij onbruikbaar.
Kort gezegd: Een 50mm F/1.8 geeft een veel scherpere achtergrond dan een 200mm op F/4 als je met beide lenzen op dezelfde afstand van je onderwerp staat.
![]() |
| Canon EF 85mm F/1.2 |
Maar welk merk kies je nu? Nou, eerlijk gezegd zijn er tegenwoordig geen slechte lenzen meer. Of je nu voor Canon, Sigma, Sony, Nikon, Samyang of wat dan ook gaat, allemaal zijn ze wel goed. Sommige zijn zelfs té goed. Want tegenwoordig zijn deze zo belachelijk scherp dat je elke rimpel ziet. En daar wordt niemand blij van.. Tenminste.. ik niet. Wat belangrijker is, is dat de lens qua gevoel bij je moet passen. Eigenlijk is het net zoals met auto’s. Je hebt een Tesla of een BMW. Beide topauto’s met dezelfde snufjes en overbodige toeters en bellen. Uiteindelijk brengen ze je allebei van A naar B. Het verschil zit 'm in welke auto jij prettiger vind rijden. En waar jij je meer comfortabel in voelt terwijl je veel lange reizen maakt. Zo is dat ook met lenzen (en camera’s). Het moet goed in je hand liggen. Bij je passen en je ook zin geven om veel foto’s mee te maken. Wat heb je aan een dure lens die supergoed is maar je bijna niet gebruikt omdat ie te zwaar of te log is? Dus advies geven over welke lens de juiste is, dat kan ik maar tot bepaalde hoogte. Veel hangt van jou gevoel, stijl en “feel” af.
Mijn advies is dan ook altijd om eerst een lens te huren om te kijken of ie prettig in je hand ligt en je uitdaagt om te fotograferen. Want dan kun je pas een goede keuze maken. Dat geldt overigens ook voor het aanschaffen van een camera.
Tijdens mijn workshops en de opleiding fotografie komt de “ultieme lens vraag” ook vaak voorbij. En aangezien ik wel wat lenzen heb, mogen ze deze altijd gebruiken en uitproberen of het wat voor ze is. Op basis daarvan kun je dan achteraf veel beter een keuze maken. Want je kunt beter 1x je geld goed uitgeven dan 2x halfbakken, toch? Heb je een keus gemaakt, dan is het vooral belangrijk om goed de tijd te nemen o de lens te leren kennen. En dat leer je alleen door er veel, heel veel mee te fotograferen. Als je elke dag in een andere auto rijdt, dan wen je ook nooit aan een bepaalde auto. En kom je er ook nooit achter wat voor een bijzonders die auto misschien wel kan. Zo is dat dus ook met een lens. Oefenen, oefenen, oefenen. Ik heb zelfs met mijn favoriete lens, de 85mm, ooit een hele bruiloft gefotografeerd! Echt, ik kan ondertussen lezen en schrijven met mijn favoriet. En dat is geen talent hoor. Dat komt gewoon doordat ik er heel veel mee gefotografeerd heb en niet- of nauwelijks wissel van lenzen. Ik kan toch maar met 1 lens tegelijk fotograferen.
Conclusie
Terugkomend op de vraag welk lens nu het beste is voor dromerige portretten? Elke lens met een groot diafragma zolang je maar dichtbij genoeg staat en weet wat het licht doet. Maar een prime lens (met groot diafragma) vanaf 85mm is toch echt wel iets wat ik zou adviseren. Zelfs de 100mm of 105mm macro is altijd een betere keuze dan bijvoorbeeld een 24-70mm F/2.8. Juist deze Macrolens is perfect voor portretten vanwege de 100mm. De enige zoomlens die in aanmerking komt voor dromerige portretten vanaf een grote afstand is een 70-200mm F/2.8 of zelfs de F/4.0. Dan wel helemaal ingezoomd op 200mm. Maar uiteindelijk is de keus aan jou.
Mocht je de juiste lens hebben en willen weten hoe je nu die dromerige portretten maakt of hoe je het natuurlijke licht gebruikt? Dan ben je uiteraard van harte welkom om mee te doen tijdens een van mijn workshops zoals bijvoorbeeld "De magie van het licht!" En heb je een Canon camera? Dan mag je altijd een of meerdere van mijn lenzen gebruiken tijdens een workshop om te kijken of dit wat voor je is.
![]() |
| Canon EF 85mm F/1.2 |
![]() |
| Sigma 135mm Art F/1.8 |
![]() |
| Sigma 135mm Art F/1.8 |
Hoe voorkom je groene kleurzweem in je foto’s?
maandag 6 juni 2022
Als je veel buiten fotografeert, herken je dit vast wel: kleurzweem. Zo'n irritante verkleuring op de huid van je model, puur door de omgeving waar je op dat moment staat.
Draagt iemand een knalrood shirt? Dan zie je meteen een rode gloed onder de kin. En zet je iemand in het gras of onder een boom, dan zit je ineens naar een supergroen gezicht te kijken.
Nu kun je natuurlijk uren in Lightroom of Photoshop gaan zitten priegelen om die gloed weg te halen. Maar je kunt het beter voorkomen terwijl je aan het fotograferen bent. Dat scheelt je weer een hoop tijd achter je computer. En die tijd kun je beter besteden aan andere leuke dingen.
Om dit ter plekke op te lossen, duiken we heel even de natuur in. Want als je precies snapt waarom het licht iets doet en hoe het werkt, zie je het buiten direct én kun je het meteen aanpassen.
![]() |
| Je kunt ook kiezen voor lichte kleding of accessoires om kleurzweem op te heffen. |
Wat is groen eigenlijk?
Om te begrijpen hoe die gloed ontstaat, helpt het om te weten wat groen licht doet. Het is eigenlijk heel simpel: planten gebruiken het rode deel uit het zonlicht om te groeien. Het groene licht hebben ze niet nodig, dus dat kaatsen ze simpelweg terug. En dat is exact het licht dat op jouw model valt.
Met wit en zwart werkt dat in de natuur net zo:
Zwart absorbeert alles: Hoe meer licht een onderwerp opneemt, hoe donkerder het wordt. Een diepe schaduw absorbeert het licht, waardoor er niets meer terugkaatst.
Wit reflecteert alles: Wit kaatst juist alle kleuren terug. Daarom is direct zonlicht op een wit vlak zo ontzettend fel.
In de natuur bestaat 100% wit of zwart trouwens niet eens. Een "witte" bloem is in het echt vaak heel zacht geel of crème, en het donkerste "zwart" in het bos is meestal diepbruin.
Zie je op je LCD clipping in de hooglichten of dichtgelopen zwarten? Dan is al het detail daar weg omdat het licht simpelweg te extreem werd.
Kijk eens naar het blad
Als je in het bos loopt, zie je dat niet elk groen hetzelfde is. Kijk maar eens goed naar de bladeren om je heen:
Dun en jong blad: Is heel licht en felgroen (soms bijna geel). Het licht schijnt er heel makkelijk doorheen, waardoor het als een groen filter werkt.
Dik en donker blad: Absorbeert het licht juist. Omdat het blad het licht opneemt, kaatst er amper groene gloed terug.
Zet je iemand naast een hulst met van die dikke, donkere bladeren? Dan heb je eigenlijk nergens last van.
Zet je iemand in het voorjaar onder een eikenboom? Dan krijg je wel die felle kleurzweem. Dat blad is dan nog piepjong en flinterdun. Pas later in het jaar wordt het eikenblad dikker en stugger, en neemt die groene gloed vanzelf af.
![]() |
| Magente (of zacht rose) is een tegengestelde kleur van groen. Door dit slim te gebruiken kun je vooraf groenzweem verminderen. |
Invloed van licht
De hoeveelheid kleurzweem heeft alles te maken met hoe het licht op dat moment valt.
Schijnt de zon heel hard op het blad? Dan wordt het licht zo fel dat de groene kleur er als het ware uit 'bijt'. Het reflecteert dan eerder wit dan groen.
Maar fotografeer je met tegenlicht? Dan schijnt de zon dóór het jonge blad heen. Dat bladerdek werkt dan precies als een groot groen filter. En precies dat groene licht valt op het gezicht van je model.
Het is eigenlijk heel simpel:
Neem afstand van het groen: Zet je model niet strak onder een boom of plat in het gras.
Zoek hoge bomen: Hoe hoger de takken, hoe minder groene gloed er op je model valt.
Kies donker blad: Een boom met dik, donker blad absorbeert het licht simpelweg beter.
Zie je dit nu gebeuren als je buiten staat? Dan is het een kwestie van een je model paar stappen richting het licht laten zetten, en je hebt het opgelost.
Tot slot
Het is een heel verhaal geworden. Maar ik hoop dat je hier wat mee kunt.
Nog kleine tip voor vandaag:
Maak binnenkort een mooie (bos)wandeling en laat je camera dan bewust eens thuis. Kijk alleen maar naar hoe het licht valt en wat het doet met de omgeving. Want van écht kijken leer je tenslotte het allermeest.
Wil je hier liever samen mee aan de slag en natuurlijk licht écht goed leren zien en gebruiken? In mijn (online) cursussen en workshops kan ik je dit direct laten zien.
Mijn complete aanbod vind je op williekers.com
Een bedankje voor het lezen
Omdat je de tijd hebt genomen om mijn blog te lezen, geef ik je nog graag iets extra's. Je krijgt 10% korting op al mijn cursussen en workshops met de code GROENLICHT.
Je kunt de code eenvoudig invoeren bij het afrekenen.
Geniet van een mooie dag! ❤️














